BLOG 2.0 TRAVAIL

Helpen

Laatste wijziging gemaakt op 18 november 2022 door reinedumonde

Nu ik bepaalde dingen tijdelijk niet meer zelf kan doen, fysiek gezien, ben ik aangewezen op de al dan niet opgedrongen hulp van anderen. Het verbaast me elke dag weer dat de hulpers geen enkel oog hebben voor mijn wensen, dat ze niet vragen hoe iets moet en dat ze beledigd zijn als ik het niet eens ben met de uitvoering van hun hulp. Arrogant en ondankbaar kun je dat noemen. „Wees blij met elke hulp die je krijgt!”, is me eens toegeworpen door iemand, geen hulper, bij wie ik mijn frustratie uitte. Tijdens menig van mijn existentiële crises was er geen kip te bekennen die voortdurend thee voor me wilde zetten, die pakjes wilde wegbrengen voor mijn side business of die me dagelijks belde om te vragen hoe het met me gaat. Nu ik een bot gebroken heb, lijkt het wel of ik honing aan de kont heb, zo moeilijk zijn ze weg te sturen.

Oneens, is wat ik het daarmee ben.

Kun je het hulp noemen als er meer werk uit voortvloeit? Kun je het hulp noemen als ik er niet om vroeg? Kun je het hulp noemen als je stadse fratsen als speltbrood krijgt terwijl je om polders volume als volkoren vroeg? Mijns inziens is het onomstreden antwoord daarop: „Neen.”

Er is me ook eens toegeworpen dat ik me dan maar eens in hun schoenen moet verplaatsen. Ik wou dat ik dat kon. Ik schuifel al weken op mijn linkerschoen rond, die nu dus veel meer slijtage vertoont dan mijn rechterschoen. Maar alle gekheid op een stokje… Ik help de hulpers in kwestie al jaren op een semi-dagelijkse basis. Me dunkt dat ik me kan verplaatsen in het fenomeen ‘hulper zijn’. Te allen tijde help ik op de manier die zij willen. Mijn principes, voor zover aanwezig, schuif ik aan de kant, zodat ik dienstbaar (en waakzaam) ben, om de goede vrede te bewaren en om daadwerkelijk hulp te bieden. Wordt me om speltbrood gevraagd? Dan wil ik best een eindje rijden om schoorvoetend de Ekoplaza te betreden om een halfje spelt te kopen voor 6 euro en dit aan de hulpbehoevende hippie te geven, zodat deze daadwerkelijk geholpen is. Wordt me een onduidelijke hulpvraag gesteld, dan ben ik best bereid om suggesties te doen die eventueel het leven makkelijker maken en om een koetjes-en-kalfjes-gesprekje te voeren. (Lees: om de tirades die die lui over menig al dan niet actueel onderwerp afsteken knikkend en instemmend hummend aan te horen, terwijl ik mijn ogen zo onzichtbaar mogelijk mijn achterhoofd in rol, mijn zuchten maskeer met kuchjes en er voor de hulpbehoevenden onhoorbaar een bluegrassmuziekje in mijn hoofd speelt.) Als ik vraag om een tuinstoel voor in de douche, dan wil ik niet dat je aankomt met een rolstoel. Als ik vraag om boerenkool, dan wil ik geen hutspot, ook al is de hulper kleurenblind. En als ik vraag om volkoren, DAN WIL IK GEEN SPELT. (Dit was na zo’n koetjes-en-kalfjes-gesprekje, waar we nog veinzend lachend anekdotes ophaalden aan vroeger en aan het gore compacte allisonbrood dat in onze broodtrommeltjes te rotten lag en reden is voor mijn intense haatgevoelens die opborrelen als ik iemand tegenkom die Allison heet. Maar goed dat Allie Calhoun op minderjarige leeftijd al aangaf dat ze liever Allie dan Allison genoemd wilde worden, want anders was haar levensloop niet mijn favoriet geweest.) Maar als ik een duidelijke hulpvraag stel, een glas sinaasappelsap uit zo’n jerrycan van 2 liter naar me toe brengen zodat ik de boel niet helemaal onderklots met mijn invalide gehop, wil ik geen mandarijn-sinaasappelsap met linksdraaiende gluten. Dan wil ik gewoon een glas sinaasappelsap uit zo’n jerrycan van 2 liter. Heerlijk.

De taakstraf die ik in Haarlem uitzit was initieel bedoeld om mijn dienstbare natuur vorm te geven en ervoor betaald te krijgen. Maar, zoals mijn biologische verwekster treffend zei van de week, is het echt iets voor mij om de kantjes eraf te lopen. Na de honderdste losse tegel loop ik geen kantjes, maar hele stoepbanden eraf! Daar is niets dienstbaars aan, anders dan het non-morfeem ‘aars’ dat in dat woord zit. Mensen die een daadwerkelijke dienst nodig hebben, ben ik er graag van, maar deze worden in de wachtrij gezet omdat de mongolen van de stoeptegels hun plek innemen. Deze serieusnemerij van stukken tuig van de onderste richel maken me ziek van binnen. Mijn punt is dat mijn natuur, tot op zekere hoogte dus, wel degelijk dienstbaar is. Zelfs als ik de dienst, helpen met het maken van een online afspraak, niet daadwerkelijk als zodanig zie. Ik ben bereid om mijn met het blote oog niet-waarneembare principes aan de kant te zetten om iemand te helpen. Voor geld of een glimlach. Maar er is een grens en die trek ik bij geribbeld plaveisel. Hoewel de taakstraf me belet om alles op de manier te doen die het de hulpbehoevende het best uitkomt, wil ik regels best buigen om de dienst het beste te bewijzen. Mits ze normaal doen en geen kankersletten zijn.

Tweemaal heb ik al opgemerkt dat mijn kliko aan de weg gezet is, zonder dat ik daarom heb gevraagd. De klikoverplaatser is inmiddels geïdentificeerd. Het gaat om de beruchte Melder van de polder. Zie daarover ook het volgende blogsel: https://wp.me/pcKImg-7V. Het verbaast me niets, want in Bentveld zou haar gedrag niet misstaan. Blaadjes (aan bomen), millimeters verschil tussen tegels en takken, het kan niet op daar op de hoek. Ik heb niet gezien wanneer ze mijn kliko aan de weg gezet heeft, maar ik merkte het alleen maar omdat de kliko niet op dezelfde plaats was teruggezet. Als je dan toch zo nodig je bemoeizieke uitkeringskop in mijn zaken moet steken, doe het dan goed. Als je me dan toch wil helpen omdat ik de kliko zelf niet aan de weg zou kunnen zetten, wat onzin is, zet hem dan ook op dezelfde plek terug zodat ik er als de gehandicapte die ik lijk te zijn in haar ogen gebruik kan van maken. Inmiddels prijken er A4’tjes op de kliko’s: in koeienletters staat er dat ze ze moet laten staan. Nu hopen dat ze kan lezen. Wijlen mijn oma zou gezegd hebben: „Ik heb toch niet met de strontemmer gerammeld?!”

Voor de zo genoemde hulp die ik nu dus ontvang en de daardoor veroorzaakte irritatie ben ik dus wel dankbaar, maar het gaat er bij mij niet in dat het alleen op hun manier kan. Ik weet dat het anders kan. Als ik het kan, kan iemand anders het ook heus. Daar is niets arrogants aan.

Zo, iemand nog zin om me te komen helpen? Nee? Mooi.

Kaarten zijn nog wel welkom. Als het even kan zonder taalfouten.

Repliek hier:

%d bloggers liken dit: