JUNIBLOG

Dinsdag 1-6-2021: Live laugh love: huiselijk maken van je sociale-huurwoning

Laatste wijziging gemaakt op 16 maart 2022 door reinedumonde

„Ik val aan, volgt mij!”

Hier heb ik een leuke anekdote over, aan mij overgeleverd door een aanverwant die bij de Action gewerkt heeft. Sommigen noemen de Action AC Tion. Mijn aanverwant moest de telefoon ook opnemen met „AC Tion”. Jaren later nadat ik dit hoorde, vernam ik dat iemands tante het ook de AC Tion noemt en zij was geenszins werkzaam bij de blauwe budgetketen. Dit is niet de anekdote waar ik je initieel mee lekker maakte. Neen. Mijn aanverwant heeft naar verluidt ooit een container inspirerende huisdecodingetjes moeten terugsturen naar de afzender, omdat een of andere lolbroek in plaats van ‘home’ ‘homo’ had gedrukt op die kekke gezelligheidsmakertjes. „Homo is where the heart is”, prijkte er op deze tableaus. Ik wil graag geloven dat dit echt gebeurd is, maar ik zie veel logistieke beren op de weg om dit als waargebeurd aan te kunnen merken. Toch kies ik ervoor om te geloven dat Jeroen van de voorraad zich op zijn laatste dag een geintje beloofd had.

De bordjes, kaartjes, stickers en anderszins decodingetjes waar „Live laugh love” op staat, begrijp ik niet. Als mensen blij worden van hun huis inrichten met deze decodingetjes, moeten ze dat vooral doen. Ik ken iemand die deze leus in koeienletters als tattoeatie op haar onderrug heeft laten vastleggen als tramp stamp. Moet ze ook vooral doen. Persoonlijk zou ik echter nou ook weer niet zover gaan om mijn levensmotto uit te dragen op een dergelijk zichtbare manier. Nu wil het toeval ook dat mijn levensmotto geenszins bestaat uit een of meerdere delen van deze tot leus geworden alliteratie, dus ik heb makkelijk praten. Ik hoor je je afvragen wat mijn levensmotto dan wel is. Geen idee eigenlijk. Heb ik wel een levensmotto? Al googelend probeer ik een ingang te vinden om te bepalen of ik een levensmotto heb en zo ja, wat dat dan is. Google geeft me echter als eerste suggestie, terwijl ik nog aan het typen ben, ‘levensmoe’. En dan zeggen ze dat de automatisering van de maatschappij koud en afstandelijk is. Me dunkt dat mijn zoekmachine me kent (na een werkweek van 24 uur).

Terug naar de dode al dan niet kunststof takken die de vensterbank sieren en roepen: „Kom binnen, de koffie staat klaar!” Net zo zinloos als de schoenborstelset (mét spiegel!) die aan mijn muur hangt, het herdenkingsbordje dat ons de Slag in de Javazee niet doet vergeten dat boven mijn deur hangt, als ware het een religieus kruis zoals bij joodse huishoudens gevonden wordt, en het object dat ik onlangs heb laten taxeren op identiteit en een luciferdoosjeshouder blijkt te zijn, volgens sommigen. (Foto’s op aanvraag.) Als de huisdecodingetjes de mensen die het in hun huis hebben zoveel tevredenheid brengen als mijn attributen, dan ben ik blij voor ze. Tevredenheid is een deugd. Maar ik kan er niet bij dat je precies de dingen in je huis wilt hebben als de buurvrouw en weet ik hoeveel anderen. Ik heb ook nog nooit een Live-laugh-love-object gezien dat te repareren is. Want stuk gaan ze wel snel. De stickers laten los. Van de spelling ben je niet zeker. Nee, dan mijn platkopschroeven uit de glorietijd van weleer, wellicht gemaakt van omgesmolten granaatscherven, die mijn attributen met trots hooghouden tot er een nieuwe glorietijd aanbreekt en lang daarna. Mijn ouderlijk huis bestond uit bij elkaar geschraapt meubilair en textiel en van decodingetjes was amper sprake. Het Futiliteitenmuseum was een schrale afspiegeling van ons huishouden. Misschien heb ik daardoor een voorkeur voor oudelijkheden en een afkeer van conformisme wat uiterlijk vertoon betreft. Het kan ook mijn financiële situatie zijn die ervoor zorgt dat ik moet schrapen waar ik kan. Live laugh love kost namelijk niet niets!

De tast van deze spullen staat me ook tegen. Een in 1939 gelakt houten bordje vind ik veel prettiger aanvoelen dan een in China geproduceerd karton-houten bordje met een Engelse leus in semi-sierlijke letters. Het pijpenrek dat nog ruikt naar de tabaksgeur die Göring mogelijk veroorzaakt heeft in zijn jonge jaren, maakt me gelukkiger dan het chemische aroma-gedrocht dat in het karton-hout zit. De houtwormgaatjes die in mijn theekastje zitten laten me nadenken over waar de worm nu is, of hij jonkies heeft (gehad) en waarom hij niet de hele poot opgevreten heeft. De butler tray met een Engelse leus laat me nadenken over hoeveel keer ik moet lopen als ik 6 glazen ranja naar de salon moet brengen. Het antwoord: zes keer. Het dunnige karton-hout houdt namelijk niet meer dan één 250 ml-glas voor het breekt en onbruikbaar is geworden, ofwel door het gewicht of de drie druppeltjes die gelekt hebben op het dienblaadje. Waarom ik overigens zes glazen naar de salon zou moeten brengen is omdat ik mijn hypothetische visite te drinken moet geven.

Ik vraag me vaak en danig af of ik deze oudelijkheden ook mooi zou vinden als ik ze in de glorietijd van weleer gekocht had (lees: gekregen had voor mijn trouwen met de man van mijn dromen op net meerderjarige leeftijd) en ze nog glommen als een gloedjenieuwe Ju-87 waar je dekking voor moet zoeken, zij het vanwege je afkomst, zij het vanwege de verblindende vleugels die de zon reflecteren en je niet goed kunt zien wie de piloot is vanuit de wachttoren. Het versletene, ‘het verhaal achter het object’, de vlijt die in het fabriceren heeft gezeten, dat is waar mijn hart sneller van gaat kloppen. Het summum van anti-Live-laugh-love is voor mij genummerde objecten. Van Live-laugh-love-objecten zijn er zoveel gemaakt dat de grootste wiskundige nog niet zo ver kan tellen. Nummeren heeft dus bijster weinig zin, op een gegeven moment moet je dan over op een nieuw systeem. Beetje zoals de WHO nu doet: het Griekse alfabet bezoedelen met corona. Een akoestisch dressoir echter, dat deadstock is, geen krasje of deukje heeft, zou me uiteraard ook dolblij maken. Tips en dressoirs zijn welkom.

Repliek hier:

%d bloggers liken dit: